Onderstaand gedichtje schreef ik in 1990 op grond van eigen ervaringen. Ik werd eraan herinnerd door het gedoe rond dat meisje Laura Dekker wier vader nu ook nog uit de ouderlijke macht ontzet dreigt te worden. Kennelijk moet je als 14-jarige in een winkelcentrum rondhangen met andere bleke 14-jarigen, slap ouwehoeren op MSN, comazuipen in het weekend en je voor een breezertje laten pakken door de buurtjongens. Dan mag je bij je ouders blijven en opgroeien tot net zo'n fijne volwassene als zij en flink consumeren want dat is goed voor de economie, maar ook weer niet te flink want dat is slecht voor het millieu en voor de gezondheid en dan moet de diëtiste eraan te pas komen omdat je van ellende zelf niet meer weet wat goed voor je is en ook nooit de kans hebt gehad om dat uit te vinden...
Carrouselpaarden waarop wij ontspannen lachend reden
bleken karoeselpaarden, stijlloos, afgebladderd
en soms opnieuw met millieuvriendelijke verf bestreken,
waar we door flinke welzijnswerkers op werden getild.
"Geniet maar", riepen ze, "dan genieten wij ook"
en dapper slikten we onze tranen weg
en reden niets-ziend onze rondjes
totdat we uiteindelijk dolgedraaid in bed werden gestopt
en, na enig aandringen, ook nog fluisterden:
"Bedankt voor de fijne dag."
Ik had me toch iets anders voorgesteld
van volwassen worden.
Bijvoorbeeld dat we eindelijk
onze eigen paarden mochten maken,
naar ons eigen ontwerp, met onze eigen handen,
met onze eigen wilskracht en liefde.
dinsdag 22 december 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten