
Gisteren was ik dus in het Noorderplantsoen en raakte aan de praat met een jonge Chinese studente infrastructuur die eveneens druk aan het fotograferen was. Ik bleek me met de spiegeling van een prachtige gele boom bezig te houden terwijl zij de eendjes fotografeerde. Ze vroeg zich af van wie die eendjes waren en waarom ze niet druk achterna werden gezeten door Nederlandse burgers die er vast ook wel lekkere recepten voor zouden hebben. Ook vond ze bomen erg mooi en verbaasde zich erover dat er zoveel bomen in de stad stonden en dat er overal zoveel water was. Ze vond Groningen een hele mooie stad met al dat groen en dat water.
Enfin, voordat ik het in de gaten had, stond ik in het plantsoen een heel college Eendjes Voeren te geven aan een aardig en geïnteresseerd Chinees meisje en vertelde dat ieder Nederlands kind daar de nodige ervaring mee heeft Dat het een geliefd tijdverdrijf is van (groot)ouders met (klein)kinderen door de jaren heen. Dat we ze oud brood geven en 'leftovers'. (Het college was wel in het Engels natuurlijk).
Ik waarschuwde haar echter wel dat we niet altijd zo lief waren en dat het een welvaartsverschijnsel was: in de oorlog (1940-1945) -en zeker in de laatste winter daarvan- waren de eendjes hun leven niet zeker, net zo min als loslopende katten en honden. Dat de gemeente de eendjes in de gaten houdt en in het voorjaar nog wel eens nesten leeg wil halen om een overschot tegen te gaan. Dat de bomen in die oorlog ook beschermd moesten worden tegen mensen die brandstof zochten.
Ik heb ook nog over het water verteld en waarom er zo veel van is en dat er maar weinig vrije natuur is in Nederland en het meeste groen is aangeplant. En dat bij het aanleggen van een nieuwe woonwijk niet alleen aan huizen en straten wordt gedacht maar ook aan recreatiegroen en water.
Ze stelde gewoon leuke vragen waarbij ik zelf ook wel even moest nadenken omdat ik er anders niet zo bij stil sta maar eigenlijk best veel van bleek te weten, ook zonder Google.
Ik heb eens een beroepskeuzetest gedaan in de vorige eeuw en daaruit bleek dat ik een goede onderwijzeres had kunnen zijn. Ik vraag me nu serieus af of het leuk zou zijn om op een inburgeringscursus 'les' te gaan geven en mensen -veelal uit eigen ervaring- te vertellen over gewoontes en gebruiken in Nederland en hoe die zijn ontstaan.
Toch eens uitzoeken wat de mogelijkheden zijn...
De foto bij dit verhaaltje is ook uit de vorige eeuw. Het jongetje met de capuchon, de zelfgebreide sjaal en de wanten aan een touwtje (ook zo typisch en heel praktisch Nederlands) is Erik op plm. 3-jarige leeftijd. Buurjongetje Dirk-Jan zie je op de rug.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten